Cursus Filosofie

in Laren (NH) en in De Bilt

In september 2017 begint er een (nieuwe) cursus filosofie met daarin ruim aandacht voor bronnen en vormen van geweld, en wat filosofen daarover hebben gezegd. Als tegenwicht wordt ook ingegaan op wat Britse filosofen hebben gezegd over het goede in de mens: zijn geweten en zijn welwillendheid (“benevolence”). Daarna komt de Duitse filosoof Hans Vaihinger aan bod, die in 1911 zijn filosofie van het alsof schreef waarin hij met de interessante (want niet ongefundeerde) hypothese kwam, dat al onze begrippen ficties zijn maar waar wij mee omgaan alsof ze waar zijn. We besteden ook aandacht aan de Franse filosoof en schrijver Albert Camus, diens nihilisme, absurdisme en zijn weigering het leven als zinvol te zien (maar die het leven niettemin de moeite waard vindt). Tot slot is er aandacht voor de filosofie van humor en lachen (het absurde, irrationele en kolderieke): wat je “de achterkant van de rede” zou kunnen noemen. Een boeiende cursus van tien bijeenkomsten in Laren (NH) en in De Bilt.

eerste bijeenkomst: Geweld (1): De actualiteit van geweld (Balkanoorlogen, IS, Syrië); Hans Achterhuis over geweld (Met alle geweld); onze toenemende gevoeligheid voor geweld. Invalshoeken: geweld als uiting van levensdrift; geweld als doelrationeel middel (Von Clausewitz, Vom Kriege; Machiavelli, Il Principe).

tweede bijeenkomst: Geweld (2): invalshoeken; het geweld van de Staat (Thomas Hobbes, Leviathan; Hannah Arendt, The Origins of Totalitarianism); geweld als verzet (RAF, PLO); religieus en ideologisch geweld; geweld en het verlangen naar erkenning (Hegel).

derde bijeenkomst: Geweld (3): invalshoeken; over geweld aan het begin van de samenleving (René Girard, 1923-2015, over het zondebokmechanisme); etnisch geweld (genocide); geweld en de menselijke natuur (Konrad Lorenz, Markies De Sade); naar een conclusie: het belang der instituties (de staat – het overheidsgezag, de rechtsstaat).

vierde bijeenkomst: Mens & Moraal (1): twee Britse filosofen over het goede in de mens – ons geweten en onze welwillendheid; Shaftesbury (1671-1713) over het menselijk geweten en over “the Love of Order and Beauty in Society”; en Hutcheson (1694-1746, die bekend staat als “founding father of the Scottish Enlightenment, o.a. omdat hij invloed uitoefende op David Hume en Adam Smith) over onze “Moral Sense” die hij specificeert als de aanleg tot welwillendheid (“Benevolence”).

vijfde bijeenkomst: Mens & Moraal (2): David Hume (1711-1776), aanvoerder van de Britse “moral sentimentalists”, over moraliteit als een sentiment (het goede doen geeft ons een goed gevoel); en de primatoloog Frans de Waal (Van nature goed en Primates and Philosophers), die zich een volgeling van Hume noemt, over empathie en moraliteit bij primaten en mensen.

zesde bijeenkomst: Hans Vaihinger (1852-1933): De filosofie van het alsof (1911); ons begrip van de werkelijkheid komt neer op het geloof in ficties waarmee we omgaan alsof het vormen van kennis zijn (zoals “de vrije wil” en dat de natuur uit soorten bestaat). Vaihinger combineert Kant met Darwin: ons denken is hoe wij ons de werkelijkheid voorstellen (met de in ons verstand aanwezige begrippen en “modellen” – dit is Kant – voor Vaihinger zijn dit nuttige ficties), en dat denken is een middel in de strijd om het bestaan (Darwin).

zevende bijeenkomst: Hans Vaihinger (2): over de evolutie van ons denken, van heel elementaire gewaarwordingen (prikkels) van dingen die elkaar opvolgen (in de tijd) en van dingen die tegelijk bestaan (in de ruimte) die worden verwerkt tot voorstellingen, verbindingen van voorstellingen, begrippen – over hoe door het proces van natuurlijke slectie de primitieve maar rijke voorstellingswereld zich evolueerde naar onze meer abstracte, maar beter hanteerbare ficties.

achtste bijeenkomst: Albert Camus (1913-1960): nihilisme, absurdisme en de zin van het bestaan. Camus bespreekt, geïnspireerd door het nihilisme van Nietzsche, hoe men zich na de Verlichting meende te hebben verlost van het irrationele christendom als zingeving voor het bestaan, om zich daarna “in dienst te laten nemen” door een nieuwe zingeving: de marxistische belofte van een betere toekomst, of de nationalistische belofte van een wereldhistorische rol die Duitsland had te spelen – allemaal (hoe ironisch!) niet minder irrationeel dan het christendom, en wat uiteindelijk uitliep op de nihilistische waanzin van Goelach-archipel en concentratiekamp.

negende bijeenkomst: Albert Camus (2): “van ideeën of eeuwigheid ben ik niet gediend.” In De mythe van Sisyfus bespreekt Camus de zin van het leven: “Het oordeel of het leven al dan niet waard is geleefd te worden, houdt het antwoord in op de belangrijkste vraag die de filosofie zich stelt. Al het andere, of de wereld drie dimensies heeft, de geest negen of twaalf kategorieën, komt pas daarna.” Voor Camus is het leven zinloos (daarom wordt hij een absurdist genoemd), maar wel de moeite waard te worden geleefd.

tiende bijeenkomst: Humor & lachen: lachen en humor scheppen vaak behagen in wat ik maar even de achterkant van de rede zal noemen: het absurde, irrationele, dwaze, kolderieke, onvoorspelbare. Over Erasmus, die in zijn De lof der Zotheid pleit voor meer vrolijkheid en zich richt tot zijn geleerde lezers: “u, die zo dom bent om wijs te willen zijn”. Over de (tegenwoordige) verklaring van humor als ervaring van het ongerijmde, als een vrolijke botsing tussen het mogelijke en het onmogelijke, die zich ontlaadt in een schaterlach, ten minste...als het leuk is. Het leven is een ernstige zaak, maar je moet niet vergeten om erom te lachen.

U kunt nadere informatie aanvragen door even een emailtje te sturen (“graag info volgende cursus”) naar de docent, dr. Marinus de Baar: mdebaar@hetnet.nl